Naar Rockanje

Zaterdag 26 juni 1948

Het was eigenlijk de dag dat we zoals andere jaren gebruikelijk, naar tante To en oom Henk moesten gaan, want dat is de dag dat tante To jarig is, en dan is het meestal feest. Maar nu zouden we met de auto naar de zee gaan, want oom Henk is helemaal niet meer in staat om veel visite te ontvangen, en wij vinden het wel fijn een tochtje naar de zee te maken; maar het is een slecht teken dat het juist nu op tante To haar verjaardag gebeuren moet, een bewijs dat het met oom Henk niet vooruit gaat.

Zij zouden ons af komen halen, maar mama moest 's morgens nog maar eens opbellen, want het weer was nog steeds niet standvastig. 's Morgens was het betrokken en somber weer en het zag er naar uit dat het zou gaan regenen. Dus wij dachten dat het niet door zou gaan en haastten wij ons niet. Maar toen mama tegen half tien ging opbellen, kreeg zij te horen dat tante To en oom Henk toch gingen, en rond kwart voor tien voor de deur zouden staan.

Dus het was nu ineens "haastje-repje". Monique vlug aangekleed, en zo veel andere dingen. Je staat er dan ineens verstomd van wat er allemaal te doen is. Toch waren wij precies op tijd klaar, toen zij voor de deur kwamen. Annie van tante Nellie was er ook bij, zij had er een vrije morgen van school voor gevraagd.

Het cadeautje voor tante To hadden we op tafel klaar gelegd, een nachtpon, die we uit BelgiŽ meebrachten, iets dat je hier niet zonder punten kon kopen.

Tante To vertelde oom Henk in de auto bleef wachten beneden, dat hij zo zenuwachtig was, en dat hij toch geen rust had om thuis te blijven, en toch maar besloot om een tochtje naar Rockanje te maken. Ik dacht van naar Hoek van Holland te gaan, omdat je daar schepen in en uit de Waterweg ziet varen, maar tante To vond het voor oom Henk in Rockanje rustiger en de weg daarheen ook veel mooier. En inderdaad, dat is ook zo.

Toen we wegreden regende het, maar later werd het droog. De tocht was mooi en onderweg zagen we verschillende vogels, die we in de stad niet zien. Moniqueje had het best naar haar zin en zat achterin bij oom Henk en tante To, en dan weer eens bij mama en Annie. Het was een grote wagen, waar de chauffeur Van Drunen mee was gekomen, zodat we ruimte genoeg hadden.

Van Drunen vertelde me (ik zat naast hem voorin) dat hij reeds veel vogels had gevangen, en dat hij ze dikwijls aan verzamelaars verkocht. En inderdaad, ik kon merken dat hij wel wat van vogels afwisten. Ik heb hem gezegd, dat ik ze toch liever in de vrije natuur zie dan opgesloten in een kooi. Nu, dat was hij eigenlijk wel met me eens: "Want", vertelde hij "toen ik in de bezettingstijd zes weken heb vastgezeten, opgesloten door de Duitsers, toen zat er wel eens een mus aan mijn getralied venstertje, en toen heb ik gedacht: "Ik vang nooit een vogel meer om gevangen te zetten", maar" zei hij, "je vergeet het zo gauw, en als je buiten bent, en je ziet een mooie vogel, dan wil je hem weer hebben, en van liever lede begin je weer met lijmstokken." Het is jammer, maar die lui zijn onverbeterlijk.

Tegen twaalf uur kwamen we in Rockanje aan, en voordat we naar het strand gingen dronken we een kopje koffie in het dorp. De wandeling van het parkeerterrein naar het strand was leuk. Wij besloten dat de chauffeur ook maar zou blijven, dat was nog voordeliger ook, dan dat hij heen en weer moest rijden. Ik ging een half uur later met hem naar het dorp terug om op te bellen dat hij wegbleef met de wagen en om wat vruchten te kopen.


Laatste keer met Oom Henk in Rockanje


Moniqueje en Annie vermaakten zich uitstekend aan het strand, en al spoedig ging zij met tante To het koude water trotseren. Nu, Annie zwemt goed, maar ik ben geen liefhebber van in zee zwemmen, en ook vond ik het wel wat fris, maar vrouwen schijnen beter tegen de kou te kunnen. Moniqueje vond de zee ook niet zo aantrekkelijk, en toen Annie haar met de voetjes in zee wilde laten lopen, trok zij angstig terug, wat goed op het kiekje te zien is welke ik er van maakte. Maar op het zand had zij het naar de zin, en vooral toen wij allemaal meededen met het balspel, werd zij uitbundig, en holde zij in de wind dat haar haren er van wapperden.

Tegen vijf uur reden we terug naar huis. Oom Henk had het een prettige dag gevonden, maar wij hebben reeds meer opgemerkt dat hij, als we terug reden, steeds last had van de benzinedampen. Ook Moniqueje was eigenlijk al een beetje verkouden toen we wegreden. En al was er door de zeelucht heel wat losgekomen uit haar neusje, toch had zij nog veel last van een vuile neus.

Bij half zeven waren we weer thuis, en het was wel een heel andere verjaardag van tante To dan wij gewend zijn te vieren. Ik vind een uitstapje naar de zee reuze fijn, maar eigenlijk niet om de reden en omstandigheden waaronder deze is geschied. In dit geval vieren we liever de verjaardag van tante Toosje thuis.

Terug naar Fragmenten uit Dagboek over Monique